woensdag 9 april 2014

Looptijd

Looptijd



Het begrip looptijd komen we in de financiële wereld veelvuldig tegen:

1. De resterende duur van een obligatielening
2. De resterende tijd waarin de houder van een optie of een warrant zijn rechten uit kan oefenen.
3. Met Betrekking tot opties:


Als je als trader in opties success wilt hebben dan is het zeer belangrijk dat je de concepten van de intrinsieke waarde en de zogenaamde extrinsieke waarde goed onder de knie hebt.

Misschien wel het allerbelangrijkste hierbij is het verdwijnen van de tijdswaarde, vaak aangeduid als "time decay".

opties worden nu eenmaal waardeloos nadat de looptijd is verstreken.

Hoe langer die looptijd, hoe langer de optie "leeft" en hoe hoger de waarde van de optie.

Kennis van deze begrippen is dus heel belangrijk.

De tijdswaarde, die ook wel extrinsieke waarde wordt genoemd, geeft het bedrag weer waarmee de optiepremie de intrinsieke waarde overstijgt.

De intrinsieke waarde is de waarde waarbij de optie in-the-money raakt.

Een out-of-the-money optie heeft geen intrinsieke waarde, maar uitsluitend tijdswaarde.

Er zijn vier grootheden die inwerken op de tijdswaarde, namelijk de resterende looptijd, de rentevoet , de volatility of beweeglijkheid van de onderliggende waarde en de verkoopbaarheid of liquiditeit .

Een belangrijk punt bij het verstrijken van de tijdswaarde is, dat deze steeds sneller verdwijnt naarmate de uitoefendatum begint te naderen.

Dit verminderen gaat exponentieel.

Dus de kans dat we geld verdienen als we de optie in bezit hebben wordt snel kleiner.

Vooral out-of-the-money opties, dus zonder intrinsieke waarde, hebben hier last van.

Op de uitoefendatum heeft elke optie alleen nog de intrinsieke waarde over.

Hoe verder we nog verwijderd zijn van de uitoefeningsdatum, dus hoe langer de looptijd is, hoe minder effect het verdwijnen van de tijdswaarde heeft.

Het effect is echt verreweg het grootste bij de laatste 30 handelsdagen in deze optieserie.

Maar dit effect kan natuurlijk ook sterk in ons voordeel werken als we de opties geschreven hebbben.

Dan wordt onze verplichting dus ook snel minder naarmate de uitoefendatum dichterbij komt.

Verkoopt u een optie, dan wilt u de looptijd zo kort als maar enigszins mogelijk is, maar koopt u daarentegen een optie, dan moet u op zoek naar een zo lang mogelijke looptijd.

Veel beleggers in opties negeren dit concept volledig en kijken slechts naar de beweging in de koers van de onderliggende waarde op het moment dat ze een optie kopen.

Kopen ze dan een kortlopende, out-of-the Money optie, dan kunnen ze zowel gelijk krijgen waar het de richting van de koers van de onderliggende waarde betreft als geld verliezen als de optie niet (ver genoeg) in-the-money komt.

Een combinatie die nogal eens voorkomt is het kopen van een optie met een lange looptijd en het verkopen van een optie -met de eerste als dekking- met een korte looptijd om te profiteren van het verdwijnen van de tijdswaarde.

Ga er daarbij als vuistregel van uit dat de looptijd van de geschreven optie niet langer dan 45 dagen, liever nog 30 dagen, mag zijn.

Kortom, het betreft hier een effect dat onze winst behoorlijk kan beïnvloeden, zowel in positeve als in negatieve zin.